
De meeste aandoeningen aan de ellebogen van de hond worden geschaard onder de verzamelnaam 'elleboogdysplasie'. Deze aandoeningen zijn voornamelijk erfelijk en veroorzaken pijn bij de hond bij elke beweging. Onder elleboogdysplasie vallen de aandoeningen incongruentie, LPC, LPA en OCD. In deze blog vertellen we je meer over elleboogdysplasie bij honden.
Zoals gezegd vallen onder de aandoening elleboogdysplasie de volgende aandoeningen:
Er wordt gesproken van incongruentie wanneer het spaakbeen en de ellepijp niet goed op elkaar aansluiten, doordat het ene bot te lang of te kort is ten opzichte van het andere bot. Over het algemeen kan een operatie incongruentie goed verhelpen. Incongruentie kan LPC, LPA en OCD tot gevolg hebben.
LPC staat voor 'Los Processus Coronoideus', dit is een los stuk(je) bot van de ellepijp in het ellebooggewricht. Dit stukje bot bevindt zich onderin het ellebooggewricht. Op het moment dat er sprake is van een LPC in het ellebooggewricht van je hond is het van groot belang dat dit zo snel mogelijk door je dierenarts verwijderd wordt.
LPA staat voor 'Los Processus Anconeus'. In het geval van een LPA groeit het Processus Anconeus niet vast aan de ellepijp. Het Processus Anconeus is een botpunt van de ellepijp dat zich aan de bovenkant van het ellebooggewricht bevindt. Tijdens de groeifase hoort dit vast te groeien aan de ellepijp. Wanneer dit niet het geval is is er sprake van een LPA. Om artrosevorming te voorkomen is het ook bij een LPA belangrijk dat dit zo snel mogelijk operatief verwijderd wordt.
OCD staat voor 'Osteochondrosis Dissecans'. Wanneer het kraakbeen beschadigd is is er sprake van een OCD. Dit kan op termijn leiden tot een los stuk kraakbeen, wat erg pijnlijk is voor een hond. Dus net als een LPC en een LPA moet een OCD zo snel mogelijk verwijderd worden, aangezien ook een OCD artrose tot gevolg kan hebben.
Elleboogdysplasie kan ontstaan als erfelijke aandoening of door externe factoren zoals trauma, voeding en/of stofwisseling. Bij de ontwikkeling van elleboogdysplasie zijn meerdere genen betrokken, waardoor het lastig is om elleboogdysplasie uit te selecteren via de fokkerij.
Elleboogdysplasie is niet altijd op dezelfde manier te behandelen. Dit is afhankelijk van eventuele betrokken aandoeningen en de ernst van de symptomen.
Zoals eerder aangegeven zal er vrijwel altijd sprake zijn van een operatie. Vooral OCD's en LPC's kunnen worden behandeld door middel van een artroscopie. Een procedure waarbij wordt geopereerd door middel van een artroscoop (een instrument met een kleine camera en verlichting, waardoor de binnenkant van het gewricht verlicht en in beeld gebracht wordt).
Naast een operatie kun je elleboogdysplasie verbeteren door het gewicht van de hond te beperken, overbelasting te voorkomen, goede voeding te voeren en eventueel pijnstillers en/of ontstekingsremmers toe te dienen.