
Apporteren is elke hond aan te leren. Het ene hondenras is gemakkelijker te trainen dan het andere hondenras, maar elke hond kan leren apporteren. Dat komt doordat apporteren een onschuldige variant van jagen is. De voorouders van de hond, de wolf, moest op prooien jagen. Om zichzelf in leven te houden, maar ook om conditie te bewaken en het gebit optimaal te houden. Dit jagen uit zich bij de hedendaagse hond in apporteren. Ze 'jagen' op de bal, het speeltje, en uiteindelijk zelfs je schoenen of de afstandsbediening! Net als het achterna 'jagen' zitten zoeken en oppakken in de genen van de hond.
In principe kun je je hond leren apporteren op elke leeftijd. Zoals bij alle training zal het het snelst gaan bij puppy's en jongere honden, maar ook oudere honden kunnen leren apporteren. Apporteren wordt in vier stappen aangeleerd: zoeken, oppakken, terugbrengen en loslaten.
Om je hond te leren zoeken zul je het voorwerp eerst interessant moeten maken, dit is vaak de moeilijkste stap. Niet elke hond is namelijk direct geïnteresseerd in een bal/speeltje. Wek de interesse van je hond door het voorwerp geheimzinnig te maken. Dat wekt nieuwsgierigheid op. Een bal maak je interessant door ervoor te zorgen dat je hond in de gaten krijgt dat jij iets leuks hebt en hij er niet mee mag spelen. Dit doe je door zelf meerdere malen per dag met de bal te spelen en deze daarna weer weg te leggen. Je kunt met de bal stuiteren, in de lucht gooien, enthousiast benoemen hoe leuk de bal is, enzovoort. Zolang je hond maar niet bij de bal in de buurt mag komen.
Hierna ga je over naar het belonen. Laat je hond de bal aanraken en beloon dit uitbundig. Dit kun je meerdere keren per dag/week oefenen. Na elke oefening leg je de bal weer weg. Op die manier gaat je hond het verband leggen tussen de bal en beloning. Dit kun je steeds verder uitbreiden, totdat je de volledige interesse van je hond hebt gewekt.
Oppakken kun je op dezelfde manier aanleren. Zodra je hond de bal in zijn bek vastpakt, beloon hem uitvoerig en leg de bal weer weg. Ook dit bouw je op, totdat je hond door krijgt dat oppakken een beloning tot gevolg heeft.
Terugbrengen is de volgende, vrij simpele stap. De meeste honden reageren namelijk op hun naam en zijn gewend naar je toe te moeten komen wanneer je ze roept. Als dit nog niet het geval is, oefen dit eerst. Dit oefen je door je hond bij naam te noemen en er vervolgens een woord aan te koppelen, zoals 'kom' of 'hier'. Zodra je hond een stap naar je toe zet, beloon je hem. Zo legt je hond het verband tussen 'hier' en naar je toekomen. Het resultaat wat je uiteindelijk natuurlijk wilt bereiken.
Zodra je hond geleerd heeft naar je toe te komen zodra je zijn naam of het aangeleerde woord roept, loop je tegen het probleem aan dat de meeste honden of voor je wegrennen of de bal niet willen loslaten. Het is tenslotte hun 'prooi'. En dat is de laatste stap: loslaten. Voorkom dat je achter de hond aanrent, dit is een extra stimulans om weg te rennen. Dit is puur een kwestie van doen. Blijven oefenen. En uiteraard belonen zodra hij de bal wel loslaat of aan je afgeeft. Op het moment dat jij niet achter de hond aanrent, maar op je plek blijft staan behoudt jij de controle en voorkom je dat het een soort tikkertje wordt. Het gehele aanleren van apporteren bevat veel oefenen en uitvoeren.
Naarmate je het vaker doet en je je hond op de juiste momenten beloont, zal het je verbazen hoe snel je hond dit spelletje doorheeft. Je kunt ervoor kiezen om dit een spelletje te laten, maar je kunt dit ook verder uitbreiden. Op die manier leer je je hond dat het niet alleen een spel is, maar ook een onderdeel van training. Zo kun je je hond leren om voorwerpen als de krant en de afstandsbediening naar je toe te brengen. Goede training voor je hond en handig voor jezelf!